Verslag lezing Mariëlle Blanken

die werd gehouden in de vergadering van de Wmo Adviesraad Eersel op 8 januari 2018 in het gemeentehuis te Eersel

De Wmo Adviesraad probeert een maal per jaar een themabijeenkomst te organiseren over een actueel onderwerp. Daarbij worden ook de leden van de dorpsraden, leefbaarheidsgroepen en Wmo Adviesraden van de andere Kempengemeenten uitgenodigd.

Dit jaar is gekozen voor het thema ‘jeugd’. Want op dit moment speelt de jeugdhulpverlening op gemeentelijk beleid een grote rol en ze krijgt ook landelijk veel commentaar: er zijn (te) lange wachtlijsten en de vereiste hulp kan niet altijd worden geleverd.

De Wmo Adviesraad heeft Mariëlle Blanken uitgenodigd om iets te vertellen over haar promotie onderzoek ‘Sturen op maatschappelijke waarde’. Haar onderzoek betreft de netwerken in het jeugddomein in 3 gemeenten (groot, middel en klein) en in verschillende jeugdzorgregio’s: de Kempengemeenten, de gemeente Breda en de gemeente Bergen op Zoom, in de periode 2016-2019.

Het belangrijkste doel van de drie decentralisaties (Jeugdhulpverlening, Wmo en Participatiewet) was de zorg toegankelijker te maken voor de burger, met korte lijnen en een lokale samenhang in de hulpverlening. Omdat de verschillende organisaties op gemeentelijk (lokaal) niveau samenwerken, kunnen problemen beter in beeld gebracht worden en kan adequate hulp worden geboden.

De Wmo Adviesraad benadrukt ook telkens in haar adviezen het belang van een brede samenhang de verschillende beleidsvelden binnen het sociaal domein.

De verhouding tussen burgers, overheden en organisaties is de laatste jaren veranderd. De overheid legt niet meer verplichtend van bovenaf op, maar zij wil juist samenwerken met burgers en organisaties. De kwaliteit van de zorg zou hierdoor verbeterd worden. Bovendien zou de zorg zo niet meer iets zijn wat de burger overkomt maar veeleer iets waarin hij deelnemer is, voor zichzelf en voor zijn omgeving. Dit kan alleen bereikt worden, als de verschillende zorgorganisaties samenwerken op lokaal niveau in een soort netwerk. Daarbij kunnen een aantal vragen gesteld worden: Hoe ziet het netwerk eruit? Wat zijn de opbrengsten van het netwerk? Hoe effectief is het netwerk? Hoe evolueert het netwerk en welke factoren beïnvloeden de borging?

In het onderzoek van Mariëlle Blanken gaat het met name over de netwerken in de jeugdhulpverlening. Verschillende typen netwerkorganisaties zijn bevraagd en zullen vervolgens in twee of drie meetmomenten nogmaals worden benaderd. Uiteindelijk zal een tekening van netwerken en de toegankelijkheid daarvan zichtbaar worden. Aansluitend kan per jaar een rapportage met aanbevelingen worden uitgebracht en kunnen terugkoppelingsbijeenkomsten worden gehouden.

Maar zover is het nog niet. Eind maart 2018 zal een eerste data analyse gereed zijn en wij volgen met belangstelling de voortgang. Als het onderzoek in 2019 is afgerond, zal blijken of de decentralisatie en transformatie van de jeugdhulpverlening naar de gemeenten ook daadwerkelijk functioneert en of het gebracht heeft wat men beoogde!

Riny Castelijns, Secretaris Wmo Adviesraad Eersel