Doelstelling

In de Wmo staat dat de gemeente burgers en instellingen, die te maken hebben met maatschappelijke ondersteuning, moet betrekken bij het maken van beleid rondom Wmo-zaken.

Dit betekent in de praktijk dat advies gevraagd wordt aan de burgers die afkomstig zijn uit de doelgroepen waarvoor de Wmo vooral is bedoeld. Het kan hierbij gaan om bijvoorbeeld verordeningen en welzijnsplannen maar ook om bouwplannen. Omdat het niet praktisch is om aan alle burgers telkens advies te vragen is ervoor gekozen om een afvaardiging vanuit de verschillende groepen te bundelen in een adviesraad. Burgemeester en wethouders hebben besloten om per 1 januari 2010 een Adviesraad Wmo in te stellen. De Adviesraad Wmo wordt daarmee een belangrijke gesprekspartner van de gemeente als het gaat om Wmo-beleid.

Wat is Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

Eersel kent een gezonde samenleving. De meeste burgers nemen  op eigen kracht deel aan de samenleving. Maar sommige burgers hebben  ondersteuning nodig om mee te kunnen doen.En dat is de kern van de Wmo: ervoor  zorgen dat iedereen – ondanks eventuele – beperkingen mee kan doen aan de  samenleving. Met steun van de gemeente, maatschappelijke instellingen en  actieve mede-Eerselnaren.   Uitgangspunt is dat burgers zoveel mogelijk voor zichzelf en  voor elkaar zorgen. Sommige burgers komen er met hun directe sociale omgeving  niet uit en hebben hulp nodig van buitenaf.

Sinds 1 januari 2010 heeft de gemeente Eersel een adviesraad voor de uitvoering van de Wet  maatschappelijke ondersteuning. Over veel onderwerpen zal het college van  burgemeester en wethouders voortaan eerst advies van de adviesraad vragen,  voordat er een besluit wordt genomen. De adviesraad kan daarnaast ook op eigen  initiatief, ongevraagd advies uitbrengen. Door het college van burgemeester en  wethouders is op 27 oktober 2009 een reglement vastgesteld, waarin de  instelling van de adviesraad formeel wordt bekrachtigd en waarin ook afspraken  zijn vastgelegd ten aanzien van taken, bevoegdheden en procedures.

Inhoud Wet maatschappelijke ondersteuning

Op 1 januari 2007 is de Wet maatschappelijke ondersteuning  in werking getreden. De wet kent in artikel 1, onder g, negen prestatievelden aan  de gemeente toe.

Prestatievelden

  1. het bevorderen van sociale samenhang en leefbaarheid in dorpen, wijken, buurten.
  2. op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen met problemen met het opvoeden, opgroeien en ondersteuning van ouders met problemen met het opvoeden.
  3. het geven van informatie en advies en clientenonderondersteuning.
  4. het ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers.
  5. het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke verkeer en het bevorderen van het zelfstandig functioneren van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem.
  6. het verlenen van voorzieningen aan mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem ten behoeve van het behoud van hun zelfstandig functioneren of hun deelname aan het maatschappelijke verkeer.
  7. maatschappelijke opvang, advies en steunpunten huiselijk geweld.
  8. openbare geestelijke gezondheidszorg (OGGZ) .
  9. Ambulante verslavingszorg.

Op deze 9 prestatievelden moet de gemeente beleid maken en dit moet worden opgenomen in een vierjaarlijks beleidsplan. Ook moet de gemeente verantwoording afleggen aan haar burgers, belangenorganisaties en de  gemeenteraad. Het is een hele klus voor de gemeente om op deze punten  integraal beleid op te stellen en er dan ook nog eens voor te zorgen dat alle  diensten goed op elkaar zijn afgestemd.

Taken Adviesraad Wmo

De adviesraad voert de volgende taken uit:

  • Het gevraagd en ongevraagd adviseren van de gemeente over het maken van beleid, uitvoering en evaluatie van de Wet maatschappelijke ondersteuning;
  • Het functioneren als onafhankelijk overlegorgaan;
  • Het geven van voorlichting en informatie;
  • Het inventariseren en bundelen van klachten betreffende de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning.